Praktijkgerichte betaalbare e-learningoplossingen voor de ouderenzorg

Groot is niet altijd beter en levert ook niet per se meer op. Maar wat zijn dan kleinschalige voorbeelden van e-learning? En voor welke deelnemers en doelen zijn ze toe te passen?

1. Kennismaking met organisatie of afdeling

In een korte e-learningmodule kunnen deelnemers kennismaken met de organisatie of met een afdeling. Je kunt via een video het management of collega’s voorstellen. Met tekst en vragen kunnen deelnemers informatie krijgen over de visie en wat dat betekent voor het werk. En je kunt bijvoorbeeld allerlei praktische routines doornemen. Denk aan weekstaten invullen, afspraken over bevoegdheden, waar belangrijke documenten online zijn te vinden.

Zo worden de belangrijkste aspecten van het werk tijdig uitgelegd aan alle medewerkers en je bespaart tijd op de uitleg van routinematige zaken. Ook kan een cursist later zaken nagaan, die niet direct toepasbaar waren, zoals: hoe vraag ik verlof aan, waar meld ik mij ziek?

Doelgroep: nieuwe medewerkers, invalkrachten, uitzendkrachten

2. Online huiswerkopdracht

Tijdens een klassikale training kun je een online huiswerkopdracht inzetten. Hiermee kun je verschillende doelen (tegelijkertijd) nastreven. Inhoudelijk kun je met de huiswerkopdracht nagaan wat deelnemers al weten rond een bepaald onderwerp en ingaan op wat zij nog niet weten of waarvan de cursisten aangeven dat zij het moeilijk vinden (dit is in feite wat de flipped classroom inhoudt). Een ander doel kan zijn dat je cursisten gedurende een klassikale training laat kennismaken met online leren. Zodat je vragen klassikaal kunt beantwoorden en deelnemers kunt ondersteunen. Ook kun je een discussie starten met een online huiswerkopdracht door in de opdracht naar de mening van de cursist te vragen en deze tijdens de klassikale bijeenkomst met de groep te bespreken

Doelgroep: cursisten bij een klassikale training

3. Online toets

Ook een online toets kun je op diverse manieren inzetten. Je kunt het als warmmaker aanbieden aan toekomstig belangstellende cursisten: ‘Wat weet jij al van onderwerp X? Doe hier de online toets en meet je kennis!’

Een online toets kun je ook gebruiken om verkennend te toetsen wat een cursist al weet. En om dan bijvoorbeeld aan te geven welke leerstof voor hem of haar het meest belangrijk is om te bestuderen.

Als je een online toets normatief gebruikt, stel je vast wat een cursist weet over een bepaald onderwerp en daaraan is een oordeel gekoppeld: geslaagd, voldoende, een 8. Dit kan als afronding van een training gelden. Maar ook als voorwaarde om een bepaald klassikaal gedeelte te starten. Denk aan de theoretische kennis die je moet weten voordat je mag starten met inoefenen van de vaardigheden in verband met de BIG-registratie. Of het theorie-examen dat je eerst moet doen voordat je mag afrijden voor je rijexamen.

Doelgroep: toekomstige cursisten, cursisten die je voorafgaand aan een trainingstraject (al dan niet online) meet, cursisten die een training doorlopen hebben, cursisten die een praktijkexamen moeten doen.

Heb jij nog meer voorbeelden van kleinschalige e-learning? Ik en de andere ezinelezers horen het graag, dus laat je reactie dan hieronder achter.