welkom bij elearning made easy

Praktijkgerichte betaalbare e-learningoplossingen
voor de ouderenzorg en gehandicaptenzorg

Praktijkgerichte betaalbare
e-learningoplossingen
voor de ouderenzorg en gehandicaptenzorg

Leren is een breed vakgebied en strekt uit van vakinhoud naar psychologie tot pedagogiek en nog heel veel andere terreinen. Je kunt als opleider daar ook wel makkelijk in verdwalen. Daarom 6 bewezen inzichten over leren die elke persoon die iets wil leren verder helpen (en nee, dat heeft niks met genen te maken)…

Oefenen helpt

inzichtenVeel mensen denken – onbewust – dat je ergens goed in moet zijn en dat je er dan vervolgens beter in kunt worden. En als je ergens niet goed in bent dan kun je er ook niet beter in worden. Bij wiskunde zie je dat vaak sterk, zo van “ik kan het niet en het wordt ook nooit wat”.

Onderzoek heeft aangetoond dat dit absoluut niet waar is (heb je interesse om hierover meer te lezen, google even op Carol Dweck). Natuurlijk heeft Max Verstappen goede genen meegekregen voor autoracen. Maar hoeveel trainingsuren denk je dat Max Verstappen heeft gemaakt? Ik was daar vast geen GP winnaar mee geworden, maar zeker beter dan ik nu ben (met nul uren autoracen op de teller).

Elke lerende wordt beter als zij/hij oefent. Ook als je ergens niet zo goed in bent.

Voor jou als opleider goed om te kijken naar onbewuste overtuigingen van lerenden: want als de lerende denkt dat het toch niet helpt, begint deze misschien niet eens met oefenen.

Maak het relevant

Als je iemand als Max Verstappen iets wilt leren, moet het voor hem relevant zijn en dus met de autosport te maken hebben. Vraagt om een beetje creativiteit, maar biedt ook mogelijkheden. Er komt heel wat wis- en natuurkunde kijken bij autoracen. En voor opleiders die mensen bij- en nascholing bieden voor het werk: dan kun je de lesstof richten op hun vakgebied en de problemen die zij tegenkomen.

Soms hebben anderen bedacht dat er een vraag is op een bepaald terrein en dat scholing daarvoor een oplossing is. Maar voelt de cursist dat nog niet zo, dan is het goed om op zoek te gaan naar de pijn.

Faciliteer

Leren is meer dan alleen de theorie & kennis aanbieden. Ga ook kijken naar hoe die lesstof geoefend kan worden. Stel je voor dat Max Verstappen een theoriecursus autocoureur had gekregen. Hoe ver was hij daarmee gekomen?

Dus bied oefeningen aan. Een goede feedback daarbij is noodzakelijk, zowel bij goede als bij foute antwoorden. Iemand kan een fout antwoord voor de goede reden kiezen en andersom. Ook ondersteunende materialen aanbieden hoort bij het faciliteren. Als mensen zeggen “ik vind dat rijtje afkortingen lastig te onthouden, ik haal ze iedere keer door elkaar” maak dan een job-aid waarop je die afkortingen weergeeft met een pakkend voorbeeld waardoor ze dat makkelijk erbij kunnen halen waardoor op een gegeven moment dat lijstje niet meer nodig is.

De kapstok

Als iemand iets nieuws moet leren dan is dat voor de hersenen lastig, want leren moet je zien als een weg aanleggen door het oerwoud. Als er nog helemaal niks is, als de kennis helemaal nieuw is, dan heb je dus machetes nodig en voor je het weet – in zo’n oerwoud groeit alles heel snel – dan is je paadje weer dichtgegroeid.

Wat dan helpt is een analogie of een vergelijking maken met iets dat bekend en vergelijkbaar is met de nieuwe lesstof. Natuurlijk verkent Max Verstappen eerst de baan voordat hij de race gaat rijden. Scherpe bocht hier (die ken ik nog van …) lang recht stuk daar…

Door te refereren aan een bekend fenomeen heb je ineens al een breder pad in de hersenen. Waardoor het voor de cursisten makkelijker is om de nieuwe kennis op te slaan en te verwerken.

De kracht van storytelling

Ken je het filmpje van natuurkundige Walter Lewin om de kleur van lucht uit te leggen? De kracht van goede docenten schuilt ook in storytelling, vaak onderbenutte kracht in onderwijs en trainingen. Maar als je kijkt naar boeken, dan zie je dat daar in de non-fictie vaak wel gebruik wordt gemaakt van die kracht van storytelling. Denk aan ‘Wie heeft mijn kaas?’, de boeken van Joris Luyendijk of het boek van Charles Duhigg ‘Slimmer, sneller, beter’.

In al deze boeken krijg je kennis aangereikt, maar niet via droge theorie. Nee, de schrijver heeft het in een interessant en leesbaar verhaal verpakt. Soms feitelijk (Joris Luyendijk) en soms als parabel (zoal in ‘Wie heeft mijn kaas?’). Een persoonlijk verhaal geeft je veel meer inzicht en houdt je beter bij de les of (zoals bij een parabel) door mee te leven met het verhaal doorloop je dezelfde leercyclus als in het verhaal en komt het inzicht ‘tot je’.

Het lastige van storytelling is dat het heel persoonlijk is en dat het je als docent ook wel moet liggen. Een kleinere vorm van story telling is het gebruik van casuïstieken; ook dat zijn verhalen die de lerende direct meenemen in de lesstof.

Mentale constructies

Het boek van Charles Duhigg kun je zien als storytelling: hij somt niet zozeer bewezen strategieën op om Sneller, beter en/of slimmer te worden. Nee, hij vertelt over voorbeelden die die inzichten illustreren, in positieve of in negatieve zin.

Een van de inzichten die hij geeft gaat over mentale constructies. Waarom wist die ene verpleegkundige na een halve blik op een baby direct dat er iets aan de hand was, terwijl haar collega net alle checks had gedaan en niets verontrustends had gezien? En waarom lukt het de ene piloot met een brandende motor nog te landen, terwijl een andere piloot in kalm weer neerstort? Het antwoord is: mentale constructies. En ook Max Verstappen (en elk mens, jij ook) maakt gebruik van mentale constructies.

Door een lijst checkpunten te doorlopen en daarop te scoren, maken bijvoorbeeld superspecialisten zoals Max Verstappen en de verpleegkundige een model van de werkelijkheid. De verpleegkundige vond bijvoorbeeld dat de huid van de baby te bleek was, de baby had een verhoogde hartslag en ietsje koorts. Elk symptoom op zich is geen reden voor alarm, maar in gezamenlijkheid wèl (de baby blijkt een ontstoken hartzakje te hebben). Zo’n mentale constructie maakt dat een brandweerman in een split second kan besluiten dat het pand verlaten moet worden, waarna het instort. Of waardoor de piloot het vliegtuig met brandende motor veilig aan de grond kon zetten: ‘Ik had maar beperkt beschikking over de slimme systemen en meters van een Boeing, dus ik moest doen of ik met mijn Cessna, een simpel eenmotorig vliegtuig, vloog. Toen kon ik mijn koers bepalen en het vliegtuig veilig aan de grond zetten’.

Denk nu niet dat mentale constructies alleen voor superspecialisten zijn: dit helpt ook bijvoorbeeld ook bij examenvrees (“Ik raak bijna in paniek, maar dat ga ik niet doen! Ik ga door naar de volgende vraag en ga die beantwoorden als ik die wel weet. Weet ik ‘m niet, dan ga ik door naar de volgende.”) Ok, misschien niet helemaal tijdig als je nu thuis een examenkandidaat hebt met examenvrees, maar dan wellicht nog nuttig voor het tweede tijdvak!

Heb jij nog inzichten die je wilt delen? Ik zie je reactie graag hieronder.