Praktijkgerichte betaalbare e-learningoplossingen voor zorg en welzijn

Het aantal mensen met diabetes type 2 neemt toe. Gelukkig is er betere en makkelijker medicatie beschikbaar dan vroeger. Met zo’n injectiepen is insuline spuiten op zich een fluitje van een cent. Aan de andere kant: diabetes is een complex ziektebeeld en een ziekte die op heel veel gebieden van het lichaam een negatieve invloed kan hebben.

Hypo hyper diabetesMevrouw van der Heide

Mevrouw van der Heide was dol op roze koeken, stroopwafels, gevulde koeken, appelcakes en noem het maar op. Ze had een beginnende dementie en diabetes type 2. Dat is nog best een tijd prima gegaan. Toen ze wat verder in de dementie raakte, merkten we ook dat ze meer ging snoepen. De eerste tijd verstopten we in overleg met haar schoondochter haar zoete voorraad. Maar, je snapt het al: mevrouw wist dan niet altijd welke dag het was, haar voorraadje had ze toch altijd snel gevonden.

 

Met haar schoondochter zijn we toen op zoek gegaan naar andere zaken die mevrouw ook heel graag lust en die veel minder van invloed zijn op de bloedsuikerwaardes. Naast zoet was mevrouw ook dol op vis: haring, kibbeling, makreel, bokking. De schoondochter zorgde dat er gewoon altijd iets lekkers voor mevrouw was. En zo kreeg ze zeker 3x per week haar favoriete visje: haring. En elke keer zei mevrouw weer: oh das echt heerlijk, dat heb ik al een hele tijd niet op! Hier hielp het dus om op zoek te gaan naar alternatieve voedingsmiddelen die mevrouw lekker vond.

Hypo of hyper?!

Met een hypo is er te weinig suiker in het bloed, met een hyper te veel. In beide gevallen voelt de zorgvrager zich niet fijn. Bij een hypo kan iemand last hebben van onder andere zweten, beven, bleekheid en/of duizeligheid. Bij een hyper kan iemand veel plassen, dorst en een droge tong hebben. Zowel een sterke hypo of hyper kunnen leiden tot bewustzijnsverlies. Zeker dan is het moeilijk om na te gaan waar iemand last van had.

Meten is weten

Probeer dus altijd het bloedsuikergehalte te meten, dan weet je zeker wat er aan de hand is. Bij 4 mmol/l of minder heeft iemand een hypo. Geef dan dextrose (6) of 2 eetlepels suiker opgelost in water. Als je ranja of andere oploslimonade geeft, check dan of dit geen suikervrije variant is, want dat gaat natuurlijk niet helpen. Als de zorgvrager buiten bewustzijn is, dan 1 mg glucagon inspuiten; dit kan intramusculair of subcutaan.

Een hyper treedt op bij een bloedsuiker van 10 mmol/l of hoger. Veel water drinken helpt. Als iemand insuline spuit, kan een extra dosis insuline gegeven worden.

Wees voorbereid

Als iemand een flinke hypo of hyper heeft, is dat een moment van stress. Dan is het fijn als je weet waar de dextrose staat of dat er zo nodig glucagon aanwezig is.

Wat is gevaarlijker?

Wat is eigenlijk gevaarlijker: een hypo of een hyper? Op de korte termijn zijn ze allebei gevaarlijk en kunnen levensbedreigend zijn.

Uit lange termijn onderzoek is inmiddels duidelijk dat een chronisch hoge bloedsuiker tot meer schade leidt. Denk bijvoorbeeld aan bloedvaten die slechter worden. Dit kan gevolgen hebben voor de conditie van het hart, van de ogen en kan moeilijk te genezen wonden veroorzaken aan de voeten. Ook zijn er aanwijzingen dat het geheugen minder goed wordt. Dus, ook al is de medicatie eenvoudiger geworden, probeer het bloedsuikergehalte op een goed niveau te houden.