Praktijkgerichte betaalbare e-learningoplossingen voor zorg en welzijn

Snoepen met diabetes

Mevrouw van der Heide is een dame van 79 met diabetes type 2. Naast de diabetes heeft ze ook Alzheimer, waardoor haar kortetermijngeheugen afneemt. Mevrouw is gek op snoepen en ze vindt veel lekker. Maar het lekkerst van allemaal vindt ze roze koeken. Mevrouw houdt er zoveel van dat ze alle koeken in een pak opeet. Eerst bergen we de koeken, in overleg met schoondochter Paula, in een ander keukenkastje op. Maar dat weet mevrouw toch snel te vinden…

Hypo hyper diabetesEen heerlijk harinkie

Met haar schoondochter zijn we toen op zoek gegaan naar andere zaken die mevrouw ook heel graag lust en die veel minder van invloed zijn op de bloedsuikerwaardes. Naast zoet is mevrouw ook dol op vis: haring, kibbeling, makreel, bokking. De schoondochter zorgt dat er gewoon altijd iets lekkers voor mevrouw is. En zo krijgt ze zeker drie keer per week haar favoriete visje: haring. En elke keer zegt mevrouw weer: “oh dat is echt heerlijk, dat heb ik al een hele tijd niet op!” En het is fijn want mevrouw heeft op deze manier nauwelijks nog hypers.

Diabetes type 2

Het aantal mensen met diabetes type 2 neemt toe. Gelukkig is er betere en makkelijker medicatie beschikbaar dan vroeger. Met zo’n injectiepen is insuline spuiten op zich een fluitje van een cent. Aan de andere kant: diabetes is een complex ziektebeeld en een ziekte die op heel veel gebieden van het lichaam een negatieve invloed kan hebben.

Hypo of hyper?!

Met een hypo is er te weinig suiker in het bloed, met een hyper te veel. In beide gevallen voelt de zorgvrager zich niet fijn. Bij een hypo kan iemand last hebben van onder andere zweten, beven, bleekheid en/of duizeligheid.

Bij een hyper kan iemand veel plassen, dorst en een droge tong hebben. Zowel een sterke hypo of hyper kunnen leiden tot bewustzijnsverlies. Zeker dan is het moeilijk om na te gaan of de zorgvrager last heeft van een hypo of hyper. 

Meten is weten

Probeer dus altijd het bloedsuikergehalte te meten, dan weet je zeker wat er aan de hand is. Bij 4 mmol/l of minder heeft iemand een hypo. Geef dan dextrose (6) of 2 eetlepels suiker opgelost in water. Als je ranja of andere oploslimonade geeft, check dan of dit geen suikervrije variant is, want dat gaat natuurlijk niet helpen. Als de zorgvrager buiten bewustzijn is, dan 1 mg glucagon inspuiten; dit kan intramusculair of subcutaan.

Een hyper treedt op bij een bloedsuiker van 10 mmol/l of hoger. Veel water drinken helpt. Als iemand insuline spuit, kan een extra dosis insuline gegeven worden.

Wees voorbereid

Als iemand een flinke hypo of hyper heeft, is dat een moment van stress. Dan is het fijn als je weet waar de dextrose staat of dat er zo nodig glucagon aanwezig is. Spreek met je team af waar je deze informatie in het zorgdossier noteert, zodat je dit makkelijk kunt vinden. En snel kunt handelen.

Wat is gevaarlijker?

Wat is eigenlijk gevaarlijker: een hypo of een hyper? Op de korte termijn zijn ze allebei gevaarlijk en kunnen ze levensbedreigend zijn.

Uit onderzoek blijkt dat een chronisch hoge bloedsuiker tot meer schade leidt. Denk bijvoorbeeld aan bloedvaten die slechter worden. Dit kan gevolgen hebben voor de conditie van het hart, van de ogen en kan moeilijk te genezen wonden veroorzaken aan de voeten. Ook zijn er aanwijzingen dat het geheugen minder goed wordt. Dus, ook al is de medicatie eenvoudiger geworden, probeer het bloedsuikergehalte op een goed niveau te houden.

E-learning Diabetes en insuline injecteren

In het pakket Voorbehouden handelingen zitten 12 modules. Eén daarvan is Diabetes en insuline injecteren. In de module leer je de belangrijkste kenmerken van Diabetes 1 en 2, hoe je het bloedsuikergehalte meet, wanneer iemand een hypo of een hyper heeft en wat je moet doen en hoe je insuline injecteert.

Vraag hier de Voorbehouden handelingen brochure aan