Praktijkgerichte betaalbare e-learningoplossingen voor zorg en welzijn

Deze week kreeg ik tweemaal een verzoek om mee te denken met een e-learningtraject. En natuurlijk begrijp ik de vraag van de andere partij over de kosten. Helaas kan ik dat niet zonder informatie van de vrager. Stel dat je een architect vraagt of hij een huis kan ontwerpen, en deze zegt ja. Maar als je vervolgens vraagt, wat dat gaat kosten, wil de architect het nodige van je weten.

Wat voor soort huis heb je in gedachten, wanneer moet het klaar, moet de architect alleen ontwerpen of ook ondersteuning bieden bij de bouw, op welke plek komt het huis en is de grond bouwrijp?

Je denkt misschien: ja, dat is handig voor zo’n bureau. Maar het is nog veel belangrijker voor jou als vragende partij. Als je weet wat je wilt tijdens de aanbestedingsprocedure, dat krijg je vergelijkbare offertes die passen bij je wensen en eisen. En dan kun je dus echt de beste keuze maken!

1. Welke ondersteuning zoek je?

Wat voor ondersteuning zoek je eigenlijk? Of met andere woorden: wat wil je als organisatie zelf doen en wat wil je uit besteden?

  • Wil je ondersteuning om zelf de modules te gaan ontwikkelen?
  • Wil je ondersteuning bij technische en complexe vraagstukken zoals interactieve elementen ontwikkelen?
  • Wil je dat de gehele e-learning als maatwerk wordt ontwikkeld?
  • Zoek je naar ondersteuning bij het kiezen van een leerplatform of andere tools?

2. Wat voor e-learning heb je voor ogen en met welk doel?

Veel mensen denken dat e-learning gelijk is aan een module met kennisoverdracht. Maar e-learning is breder. Wil je dat deelnemers ook getoetst worden en hoe vaak mogen ze een eindtoets herkansen? Wil je deelnemers ook andere leeractiviteiten aanbieden?

Hieronder staat een kort filmpje met diverse leeractiviteiten online en offline zodat je een idee krijgt van de breedte.

En wil je de e-learning bijvoorbeeld laten accrediteren door een beroepsvereniging? Hierbij past ook de doelstelling en/of de leerdoelen die je wilt bereiken met de e-learning en hoe bekend je doelgroep al is met de kennis en vaardigheden die ze gaan leren.

E-learning wordt vaak ingedeeld in 3 niveaus van interactiviteit. Hoe meer interactiviteit, hoe duurder het wordt. Niveau 1 is lineaire e-learning: tekst, plaatje, meer tekst. Niveau 2 is al wat complexer en interactiever. En niveau 3 gaat over e-learning met scenario’s waarbij cursisten kunnen kiezen uit vraagstukken waarbij voor de verschillende opties scenario’s worden uitgewerkt.

3. Wat is er al aan materiaal?

Welk materiaal is er al beschikbaar en wat moet er nog ontwikkeld worden? Het is altijd goed om te kijken naar materiaal wat er al is en wat hergebruikt kan worden. Je kunt dan denken aan lesplannen, toetsvragen, beeldmateriaal en filmpjes. Door ernaar te kijken wat er is, kun je je gelijk ook een beeld vormen over wat er nog mist.

Het is ook goed om te bedenken dat filmmateriaal ontwikkelen een kostbare zaak is. Zet dus niet ‘voor de leuk’ 10 video’s in je aanvraag.

4. Tijdsbestek

Binnen welk tijdsbestek moet de e-learning klaar zijn? En is dat een harde of een iets minder harde eis? Bedenk ook of die harde eis ook echt hard is. Als het bureau extra mankracht inhuurt om de gestelde deadline te halen, betekent het dat je duurder uit bent. Is het je dat waard?

5. Technische randvoorwaarden

Heb je al een leerplatform, of werkt de organisatie zelf ook aan e-learningontwikkeling, dan is het handig om uit te gaan van de tools die de organisatie gebruikt. Dat kan praktische voordelen geven met beheer en onderhoud. Heeft een organisatie nog geen leerplatform, dan kan het nuttig zijn om daar eerst een onafhankelijke keuze in te maken.